Erwtensoep

Kijk haar daar nu zitten, enigszins bescheten, aan tafel met haar twee broertjes en haar moeder. En wat schaft de pot? Erwtensoep! Wat een dikke ellende, zij haat erwtensoep, vindt het vies, vet en ze heeft geen idee hoe zij dit naar binnen moet krijgen. Want dat gaat wel gebeuren, ze mag niet zeuren en er wordt gewoon gegeten wat de pot schaft. Daar worden weinig woorden aan vuil gemaakt. Je blijft gewoon zitten tot het op is.

Jaren 50, vorige eeuw. Ja zo oud ben ik al. En dat meisje met die twee grote strikken dat ben ik. En ik ben boos, vanwege die erwtensoep.

Het is zaterdag, een dag om soep te eten. Op de foto is de soep nog warm, mijn moeder blaast in de soep terwijl ik mijn lepel heen en weer beweeg en me afvraag hoe ik deze shit door mijn keel krijg. Mijn broertjes boeit het voor geen centimeter, die eten gewoon. Ik neem hele kleine hapjes en het duurt lang voordat mijn bord leeg is. Heb je weleens koude erwtensoep gegeten? Ik bedoel maar.

Het is warm, de kachel brandt je ziet de vlammen door de beroete micaruitjes van de kachel. Micaruitjes die mijn vader steeds weer moet vervangen. De plek van mijn vader is leeg, zijn soep wordt koud. Hij heeft zijn Kodak boxje gepakt, een groot bezit in ons arme gezin. Dit kwaaie gezicht moet vastgelegd worden voor de eeuwigheid. Ik hoor het hem nog zeggen.

Maar ik voel ook de warmte van die kachel in dat kleine dijkhuisje waar we toch  min of meer opgehokt wonen. De warmte van het gezin, de humor die er is. We  hebben geen douche maar wij hebben wel de teil voor de kachel op zaterdag. Met het staande driedelige houten wasrek behangen met lakens om de teil voor de nodige privacy, hoewel dat woord ons totaal onbekend is. De grote pan water op het 2-pits gasstelletje in het kleine keukentje zorgt voor het warme water.

Alle mensen op de foto zijn inmiddels dood. En het boze meisje met de strikken? 

Zij kijkt uit naar de erwtensoep die er weer aan begint te komen.

 

Het monster van weemoed en verlangen